Marktontwikkelingen
Marktontwikkelingen 6 min. leestijd

Recordmarktaandeel van Novar in een stagnerende markt: waarom Nederland méér zon, wind en opslag nodig heeft, niet minder


De resultaten van de SDE 2025 laten een tweeledig beeld zien: Novar levert sterk in een markt die tegelijk stevig onder druk staat. In dit artikel legt Julian Uil, Adviseur Public Affairs bij Novar, uit waarom die ontwikkeling zorgelijk is en waarom Nederland niet minder, maar juist meer zon, wind en opslag nodig heeft. Lees hieronder verder.

Sterke prestatie in een zwak sectoraal jaar

De resultaten van de SDE 2025-ronde zijn bekend gemaakt in de onlangs gepubliceerde Kamerbrief, en bij Novar zijn we daar best trots op: 6 beschikkingen verdeeld over 5 projecten, goed voor in totaal 154 MWp. Met een marktaandeel van 26,8% van alle toegekende zonnepark-capaciteit -575 MWp- behaalt Novar het hoogste marktaandeel in haar geschiedenis. Toch past bij die trots een stevige kanttekening. Want achter ons recordaandeel schuilt een verontrustende trend: in heel Nederland werd slechts 773 MWp aan zon-PV toegekend, het laagste niveau sinds 2014. De totale markt voor zonneparken kromp naar 575 MWp, een fractie van wat in eerdere jaren gangbaar was.

JaarNovar toegekend (MWp)Zonneparken totaal (MWp)Marktaandeel Novar
SDE 2023210 (+36MWp dak)156313,4%
SDE 2024204 (+38MWp dak)123716,5%
SDE 202515457526,8%

SDE-beschikkingen in detail

De oorzaken: netcongestie, decentraal beleid en verslechterde businesscases

De terugval in SDE-toekenningen is geen toeval. Drie factoren drukken structureel op de markt:

  1. Netcongestie blijft een groot knelpunt. Steeds meer projecten stranden op het ontbreken van transportcapaciteit. Vanaf SDE 2026 moeten aanvragers een aanvullende transportindicatie overleggen, en wordt SDE-steun voor zon alleen nog verleend waar congestiemanagement opties beschikbaar zijn.
  2. Decentraal ruimtelijk beleid: decentrale overheden sturen, zonder landelijke regie, enkel op de RES1.0 doelstelling van 2030. Daarbovenop worden nagenoeg alle vormen van zon op land uitgesloten.
  3. De businesscase van zonneparken staat onder druk door gestegen kosten en onzekere opbrengstprofielen (o.a. negatieve prijsuren); dit maakt het moeilijker om rendabele businesscases rond te krijgen.

Waarom dit juist nú zorgelijk is: vier analyses uit de markt

De sectorale krimp in Nederland van zon-PV toekenningen staat in schril contrast met vier ontwikkelingen die juist méér hernieuwbare capaciteit vragen, niet minder.

1. Europa zet vol in op elektrificatie

Vorige week lekte een ambitieus Actieplan voor Elektrificatieuitvan de Europese Commissie. De boodschap is helder: Europa moet veel sneller elektrificeren. Het plan voorziet onder meer in een mogelijk elektrificatiedoel in 2040, stimulering van batterijopslag en uitbreiding van de Europese elektriciteitsnetten. De Commissie stelt dat de EU in 2040 haar olievraag kan halveren en de gasvraag met twee derde kan terugdringen.

De stagnatie is echter reëel: het elektrificatiepercentage in de EU hangt al jaren rond de 23%, terwijl China, Zuid-Korea en Japan op 30% zitten. De directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), Fatih Birol, noemde de trage Europese elektrificatie in een interview met de Financial Times “een grote fout”.

Als we de elektrificatieambities serieus nemen, is het onverklaarbaar dat het aanbod van duurzame energie in Nederland stagneert.

2. TenneT waarschuwt: vanaf 2028 groeiend stroomtekort

De Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van TenneT schetst een alarmerend beeld. In alle onderzochte scenario’s overschrijdt Nederland vanaf 2030 de norm van maximaal vier uur stroomtekort per jaar, een jaar eerder dan vorig jaar werd voorspeld. Zonder ingrijpen kan dat tekort in 2035 oplopen tot 37-46 uur per jaar.

De oorzaak is een dubbele schaarste: de stroomvraag groeit door elektrificatie, terwijl regelbaar vermogen (kolen- en gascentrales) afneemt. Batterijen en vraagrespons groeien, maar zijn ontoereikend bij langdurige tekortsituaties.

Voor de zonne-energiesector betekent dit: elke megawatt die we niet bouwen, vergroot het toekomstige voorzieningsprobleem.

 3. Hernieuwbaar bespaart miljarden aan gas-importkosten

De geopolitieke realiteit onderstreept de economische waarde van binnenlandse hernieuwbare energie. Sinds de escalatie van de oorlog in Iran (28 februari 2026) hebben zon en wind Nederland naar schatting ruim €2 miljard aan vermeden gas-importkosten opgeleverd, blijkt uit een gezamenlijke analyse van Holland Solar en NedZero.

Elke kilowattuur uit zon en wind vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerd gas en beperkt de blootstelling aan geopolitieke prijsschokken. Dat maakt hernieuwbare energie niet alleen klimaatbeleid, maar een kwestie van economische weerbaarheid en strategische autonomie.

4. De Nederlandse energieprijzen zetten onze industrie internationaal buitenspel

Het Rapport Wennink onderstreept hoe kwetsbaar de Nederlandse concurrentiepositie is geworden door hoge energiekosten. De industriële elektriciteitsprijs in Nederland ligt tot 50% hoger dan in buurlanden als België, Duitsland en Frankrijk.

De gevolgen zijn helder: het aandeel van energie-intensieve industrie in de Nederlandse economie neemt al jaren af. Sectoren als raffinage, staal en chemie, die aan de basis staan van hoogwaardige industrieketens, staan hevig onder druk. Een deel van deze industrie zal onvermijdelijk vertrekken, maar voor strategische sectoren is dat een risico voor de bredere economie en energievoorziening.

Het rapport stelt terecht dat wat Nederland niet aan geografische voordelen heeft, het moet creëren door innovatie en vernuftigheid. Zonne-energie is daar het ultieme bewijs van: twintig jaar geleden leek opwekking op schaal een onrealistische droom, maar door continue innovatie en politieke wil heeft deze energiebron iedere voorspelling qua prijs en capaciteit exponentieel in Nederland overtroffen.

De oplossing: zon, wind én batterijopslag

De hierboven geschetste uitdagingen – netcongestie, hoge industriële energiekosten, dreigend stroomtekort – vragen om een samenhangende oplossing. Onderzoek van EqoLibrium, in opdracht van de NVDE en Holland Solar, laat zien dat de slimme combinatie van lokale zonne-energie, windenergie en batterijopslag die oplossing kan bieden.

Het EqoLibrium-onderzoek toont aan dat lokale opwek het jaarlijkse netverbruik op bedrijventerreinen met meer dan 75% kan terugbrengen en tot 15% aan netcapaciteit kan vrijspelen. Opgeschaald naar de duizenden bedrijventerreinen in Nederland betekent dat een substantiële verlichting van de congestieproblematiek, zonder te hoeven wachten op netverzwaringen die jaren duren en miljarden kosten.

De drie componenten zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonne-energie levert het meest overdag en in de zomermaanden, windenergie piekt in de namiddag, avond en winter. Batterijopslag overbrugt de momenten waarop beide bronnen tekortschieten en maakt zogeheten ‘peakshaving’ (het overschot van opgewekte energie tijdelijk opslaan in een batterij) mogelijk. Zonder wind in de mix is de verlichting van netcongestie slechts marginaal, zo toont het onderzoek aan. Het is de combinatie die tot substantiële resultaten leidt, en die combinatie drukt tegelijkertijd de operationele energiekosten met circa 50%.

Dat raakt direct aan de concurrentiepositie van de Nederlandse economie. Meer lokale hernieuwbare opwek vermindert de afhankelijkheid van internationale fossiele prijsschommelingen structureel: het verlaagt de stroomprijs, het reduceert de gasimportbehoefte en het biedt bedrijven voorspelbare energiekosten in plaats van geopolitiek gedreven prijsschommelingen. In een periode waarin de oorlog in Iran de gasprijs opnieuw onder druk zet en de industriële elektriciteitsprijs in Nederland tot 50% hoger ligt dan in buurlanden, is dat geen abstracte belofte maar een economische noodzaak.

De conclusie is helder: Nederland moet niet minder, maar méér investeren in zon, wind en opslag

Het laaghangend fruit van morgen: een oproep aan overheden

De bovenstaande analyse maakt duidelijk dat de uitdagingen groot zijn, maar de oplossingsrichtingen liggen binnen handbereik. Drie concrete stappen kunnen op korte termijn al een significante bijdrage leveren.

  1. Maak het voor bedrijven en bedrijventerreinen mogelijk om lokale opwek van zon, wind en opslag te realiseren.

Zoals het EqoLibrium-onderzoek aantoont, leidt dit tot verlichting van netcongestie, lagere energiekosten en minder afhankelijkheid van het centrale net, een win-win voor bedrijfsleven en maatschappij.

  1. Sta uitbreidingen toe van bestaande wind- en zonneparken

De infrastructuur ligt er al, netaansluiting, kabels, transformatoren, vergunningen. Door bestaande locaties te vergroten wordt maximaal gebruik gemaakt van eerder gedane investeringen, zonder nieuw ruimtebeslag in het buitengebied of langdurige procedures.

  1. Voeg zonne-energie toe aan bestaande windparken op land

Dit is misschien wel de grootste kans op korte termijn. Zon en wind vullen elkaar aan in productiepatroon, de netaansluiting is al aanwezig en via cable-pooling kan dezelfde infrastructuur dubbel worden benut. Volgens onderzoek van CE Delft heeft alleen al de toevoeging van zonne-energie bij bestaande windparken op land een potentie van 14,2 GW, een enorm onbenut vermogen. De logica van landschappelijke clustering spreekt daarnaast voor zich: door energie-infrastructuur te concentreren op locaties waar deze al aanwezig is, wordt het landschap elders ontzien en de efficiëntie maximaal.

Maar deze stappen vragen ook iets van overheden. Gemeenten en provincies staan aan het begin van toekomstige ontwikkelingen: zij bepalen via omgevingsplannen en verordeningen of deze kansen benut kunnen worden of niet. De oproep is dan ook helder: creëer ruimte in jullie beleidskaders. Niet over vijf jaar, maar nu. De technologie is er, de maatschappelijke noodzaak is er. Wat ontbreekt, is de bestuurlijke ruimte om te handelen.

Conclusie: trots en tegelijk bezorgd

Novar mag trots zijn op een recordmarktaandeel in Nederland in de SDE 2025. We hebben laten zien dat we in een moeilijke markt bovengemiddeld kunnen presteren. Maar als de markt waarin we opereren krimpt, is dat een pyrrusoverwinning. De SDE-systematiek, ooit de motor van de Nederlandse energietransitie, dreigt vast te lopen op netcongestie, decentraal beleid en een businesscase die onder druk staat, precies op het moment dat Europa vol inzet op elektrificatie.

De cijfers spreken voor zich: 773 MWp aan toegekende zonne-energie in de SDE 2025 is onvoldoende voor een land dat zijn elektrificatiedoelen wil halen, zijn voorzieningszekerheid wil borgen en zijn gasafhankelijkheid wil afbouwen. Het kabinet, decentrale overheden, de netbeheerders en de sector zullen gezamenlijk moeten werken aan oplossingen, van versnelde netuitbreiding en congestiemanagement tot alternatieve offtake-structuren, werkbare omgevingsverordeningen en opslagcapaciteit.

Novar zal haar rol daarin blijven pakken. Maar de urgentie is groter dan onze eigen projectpijplijn. Dit gaat over de toekomst van het Nederlandse energiesysteem én daarmee de Nederlandse economie.

Deel artikel